4 juli - Dankwoord

Beste mensen, op zondag 28 juni jl, heb ik een onderscheiding ontvangen voor 23 jaar kerkrentmeesterschap.

Lees meer ...

Het is een onderscheiding van de Vereniging van Kerkrentmeesters. Een draag insigne in zilver. Het werd opgespeld door Ds. Jan Willem Drost die samen met Heiltje Stevense in het complot zaten. Heel erg dankjewel voor deze geweldige actie. Ik wist er echt niets van, ook niet toen ik zag dat onze kinderen en kleinkinderen in de kerk zaten. Het kwartje viel even later toen ik door kreeg wat er gebeurd was om mij heen, geweldig. Maar de reden van deze onderscheiding is veel belangrijker. Ik mag dan 23 jaar de vertegenwoordiging zijn geweest van de Protestantse kerk in Kerkdriel. Zonder de inzet van de hele gemeente, u als gemeenteleden, zou dit niet mogelijk zijn geweest. Graag dank ik jullie voor het vertrouwen en medewerking in het in stand houden van onze kerk, hier in Kerkdriel. Eigenlijk is deze insigne voor iedereen. De speech van Jan Willem was ook weer een prachtig stukje weldoordachte poëzie. De speech kunt u terug lezen op de website van onze kerk.

Beno Oldenhuis

28 juni - VKB onderscheiding voor Beno Oldenhuis

Een bijzonder moment voor Beno Oldenhuis

Lees meer...

Ik lees u een klein stukje apocrief evangelie voor uit 1 Oldenhuis 2.

 

De schipper voer z’n boot over meren en de zee,

Hij deed dat voor zijn brood, nam daarvoor gasten mee.

Een ruige dag, stormachtige wind, doch de schipper kon ertegen,

had het schip, gelijk een wispelturig kind, toch veilig binnen gekregen.

Daar wachtte een heerlijke, door de aan boord zijnde jeugdige spruiten gekookte nudeln,

altijd weer een strijd

daarvoor complimenten te uiten.

De baas van de boot ging voor in gebed

over hoe het was gegaan en hoe God hen had gered.

‘Dank U, Heer, dat we deze dag mochten genieten,

dat U weer aan ons dacht,

dat we lekker mogen eten,

dat U ons veilig heeft thuis gebracht’.

Niet de baas, maar de schipper

had op de ruige dag staan zwoegen

en wat was nu zijn deel?

Hij fronste en mopperde tegen de baas

uit ongenoegen:

had hij geen part aan dit geheel?

Eenzelfde ritueel een dagje later,

doch het gebed iets anders gedaan:

‘Dank U, Heer, voor deze dag op water,

en dat we een goede schipper hebben staan.’

De Heer te danken heeft veel waarde.

dat moge zo zijn, blijkens dit verhaal,

maar vergeet zeker niet de hulp op aarde,

hen te danken, is waar ik naar taal.

 

Dit verhaaltje eindigt met ware woorden. Ik zal ze ook ter harte nemen in het slotgebed. Beno stuurde het me op 16 juni op, terwijl ik aan het nadenken was over wat er vandaag zou gebeuren. Hoe ik het zou inleiden. Hij heeft er zelf met dit verhaal een prachtige voorzet voor gegeven.

 

Want vandaag willen we hém bedanken, deze hulp op aarde, voor alles wat hij doet en heeft gedaan voor de gemeente. Niet alleen in zijn ambt, of in zijn rol als voorzitter, maar ook als het gaat om verlichting en geluid, samen met Rein, de momenten dat hij in de kerk is en was om de kerk open te houden, zijn inspanningen rondom de botsautodienst. Zeker na het vertrek van Greet en Adelbert is het werk voor Beno niet minder geworden. Er zijn nog wel wat uitdagingen waar we voor staan. Die gaan we met de kerkenraad en een externe adviseur oplossen. Maar we staan als gemeente, om het in slecht Grunnings te zeggen: trots overaind.

 

‘Vergeet zeker niet de hulp op aarde te danken, dat is waar ik naar taal’, is de roep die we hebben gehoord. Heiltje en ik vormden het petit comité om daar iets mee te doen. Beno, ik wil je vragen naar voren te komen, omdat we je enorm bedanken voor je inspanningen. We willen dat onderstrepen met een onderscheiding: de zilveren speld van de VKB, de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer, voor al 22 jaar ‘hulp op aarde zijn’!

28 juni - Familie van Jezus

Laat je verrassen door het werk van Gods Geest

Lees meer...

Dit seizoen begonnen we met een dienst met het jaarthema ‘Laat je verrassen door het werk van Gods Geest’. Terugkijken. Wat was er verrassend? Waar hebben we de Geest gezien of ervaren? In de dienst zingen we liederen die u zelf heeft opgeven. We zingen ‘Woorden zijn zaden’, een themalied voor de botsautodienst (12 juli om 11:00 uur) op de melodie van ‘Kom van dat dak af’. We zingen het een paar keer om het 12 juli te kennen. De overdenking zal gaan over ‘de broers en zussen van Jezus’. Toen op 10 mei jl het zinnetje uit Handelingen 1, ‘Eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers’, gelezen werd, riep dat bij iemand de vraag op hoe dat nou zat met Jezus’ broers en zussen. Mattheüs 13:55-56 is daar het meest duidelijk in. Ik heb beloofd daarop tijdens de preek in te gaan. Ook zij, kunnen we al wel zeggen, werden verrast door de Geest. Waar ons in Johannes 7: 5 nog wordt verteld, dat de broers niet in Jezus geloven, is dat in Handelingen 1 duidelijk anders. Wat is er intussen gebeurd? Kunnen we daar een vinger achter krijgen?

9 juni - HVD door het Hellegat

Foto: Anja Krijgh

Op dinsdag 9 juni was het ‘s-middags tijd voor een uitje voor de HVD.

Lees meer...

Niet iedereen kon mee. Toch voeren we met een goed gevulde boot door de wateren van Den Bosch voor de Jheronimus Bosch-route. Het was een werkelijk prachtige route, met als een van de hoogtepunten het Hellegat: een stuk gracht waar je geen hand voor ogen ziet. Dankzij de projector voor op de boot werden we er begeleid door de engelen en andere figuren van Jeroen Bosch. Met een niet te versmaden Bossche Bol besloten we het uitje. En hoewel buien ons in de ochtend overspoelden, was het de hele toch droog.

Ds. Jan Willem  Drost

24 mei - Mambo sawa sawa

Pinksteren vierden we samen in de Maartenskerk in Zaltbommel. 

Lees meer...

. In deze dienst zongen we ‘ons’ Pinksterlied op de melodie van ‘Wals in het licht’.

Ds. Blokland leidde de dienst, ds. Doornenbal liet haar licht schijnen over de bijzondere gebeurtenissen op de Pinksterdag in de bijbel en ds. Drost vertelde het Pinksterverhaal van de gele stip. Zoals op de Pinksterdag Joodse gelovigen vanuit alle windstreken waren samengekomen om het feest van de eerstelingen van de oogst te vieren, zo waren wij hier uit alle hoeken van de regio bijeen verzameld. Reinier Korver was de organist van dienst en wist de gemeente zelfs mee te voeren in het wat onbekende lied ‘Knipoog van God’; Hellen Wafula bracht de internationale touch door ons het Keniaanse ‘Mambo sawa sawa’ te leren. Vol van Geest en energie stapte iedereen daarna de zonnige dag in. Het was mooi om dat met elkaar zo te vieren!

Een andere straat of andere mensen?

Het verhaal van de gele stip

Een tijdje geleden liep ik door de straat waar ik een tijd gewoond had.

Lees meer...

Nog steeds waren de oude huizen niet erg goed bijgehouden. En de straat was nog steeds verzakt. Zelfs het metaalbedrijf, waar de hele dag herrie was en vrachtwagens af en aan reden, was er nog. Het was weer de straat zoals hij ooit was. Geen straat waar kinderen speelden. Het was meer een straat om snel doorheen te rijden als je naar de Amsterdamsestraatweg moest.

Maar ik was er wel een jaar getuige geweest van iets wat je een klein wonder zou kunnen noemen. Aan het eind van de straat stonden zes huisjes in een doodlopend stukje van de straat, helemaal aan het eind. Daar woonden bewoners die er al honderd jaar woonden en gewerkt hadden bij staalbedrijven als Werkspoor  of de Demka. Ze bekeken het straatleven vooral door het raam. En zo was het vast nog lang doorgegaan als niet op een dag, vroeg in de lente, in één van die huisjes een studente van de Kunstacademie was komen wonen.

In die arbeidersstraat werd daar wat schamper over gedaan. ‘Iemand van de kunstacademie? Die profiteert van subsidiegeld en studeert voor beroepswerkloosheid. Wij hebben veertig jaar moeten werken voor ons geld!’. Ik hoorde die opmerkingen als ik naar de buurtsuper liep of in de bakkerij stond. Nee, die Mariska, want zo heette ze, was een aparte.

En in zekere zin was ze dat ook. Het begon ermee dat ze op een dag op haar deur een knalgele stip schilderde. Niet meer dan dat. Ik hoorde er in die week een paar oudjes over praten. ‘Dat doe je toch niet? Maak dan die hele deur geel! Of geel…. Dat past hier niet! Donkerblauw zou ik zeggen’. 

Niet lang daarna zette Mariska twee bloembakken buiten met fleurige planten. Niet lang dáárna stond er een tafeltje voor haar huisje met twee stoelen. En dan geen klaptafeltje waarmee je bijna niet gezien kon worden, maar een witte, vrolijk opgeverfde tafel. Je snapt dat wat daar gebeurde mijn interesse had. Dus ik liep wat vaker een rondje. Toen ze een keer buiten zat, zwaaide ik en nodigde ze me uit voor muntthee. Ze dronk natuurlijk geen koffie, al rook de hele stad ernaar vanwege de fabriek van Douwe Egberts.

In de weken daarna zag ik dat hoekje achterin die grote straat veranderen. De tafel werd in het midden gezet, op straat. Er gingen kinderen limonade drinken en soms hoorde je over het geluid van het metaal heen de rummicupstenen rammelen. Er kwam een tafel bij en nog wat plantenbakken. Hoewel dat het eind van de straat was, veranderde het mensen. Zelfs in mijn stuk van de straat

Op een mooie zondagmiddag had Mariska een paar vrienden had uitgenodigd die muziek maakten. Een klarinet en een gitaar. En Mariska zong. Verschillende mensen uit mijn kant van de straat zag ik richting de muziek trekken. Ik zag hoe er uit de huisjes om Mariska heen stoelen werden buiten gezet. Er kwam zelfs een bank naar buiten! Ook pakte iemand er een accordeon bij en werd ‘als ik boven op de Dom sta’ ingezet. Waar door de week onophoudelijk het metalen geluid klonk van het bedrijf tegenover mij, was er nu muziek. En zon. Vrolijke mensen. En er ging iemand rond met cake en koekjes. En er was ook koffie. Kannen vol.

Ik ging er ook bij zitten. Ouderen vertelden elkaar verhalen van vroeger. Wie niet wilde praten, speelde rummicup. Een oudere vrouw leerde de kinderen kraanvogels vouwen. En iedereen kreeg er één.

Ik zat naast de bakker. “Vreemd hè…’, zei ik tegen hem. ‘De straat is eigenlijk nog hetzelfde. Maar wij niet.” “Vertel mij wat, joh,” antwoordde de bakker. ‘Ik merk het al aan mijn klanten. Minder gedoe aan de kassa, minder chagrijn. Mensen zijn rare wezens.’ ‘Ach’, zei ik. ‘Mensen willen graag een beetje kleur in hun leven. Daar knapt de hele wereld van op.’

Wat begon met één gele cirkel op de deur, iets kleins, werd een andere, kleine wereld. Omdat één, Mariska, licht durfde te zijn, stak ze andere vlammen aan. En zo kreeg het leven in die grauwe straat kleur. Letterlijk en figuurlijk.  Want kleur geeft leven.

En misschien is dat ook wat Geest doet. Soms leven we door de Geest op, wordt het somber verdaagd en krijgen we zo een knipoog van God, die ons leven draagt!

Jan Willem Drost